Bestemmingen

Brussel is dit najaar ineens de stedentrip van het moment

· 5 min leestijd

CNN zette Brussel deze maand op het lijstje met bestemmingen voor 2026, en wie de stad de afgelopen jaren links liet liggen voor Antwerpen of Gent, doet er goed aan die keuze te herzien. Op 28 november opent Kanal-Centre Pompidou de deuren: het grootste museumproject dat Europa dit decennium heeft gezien, gebouwd in een voormalige Citroën-garage aan het kanaal. Brussel krijgt eindelijk een museum dat bij een hoofdstad van dit formaat past, en dat verandert meer dan alleen de culturele agenda van de stad.

Een garage van 40.000 vierkante meter wordt het nieuwe hart van de stad

De Citroën-garage langs het kanaal stond jarenlang leeg, een industrieel gebouw met weinig aansprekends aan de buitenkant. Vanaf eind november is het 40.000 vierkante meter groot museum voor moderne en hedendaagse kunst, met een kelderzaal van zeven meter hoog, eigen ruimtes voor architectuurtentoonstellingen, een auditorium voor film en performance, en een dakrestaurant met uitzicht over de stad. Kanal-Centre Pompidou plant per jaar tot vijftien wisselende tentoonstellingen naast een vaste collectie, en de openingstentoonstelling brengt 350 werken samen over honderd jaar kunst en architectuur.

Het openingsweekend is gratis, maar je moet wel van tevoren reserveren. Wie in december of januari gaat, ontloopt de ergste drukte van de eerste weken en kan de rest van de stad er rustig bij pakken.

Van de Grote Markt naar de Kunstberg zonder haast

De Grote Markt blijft het logische startpunt, een van de mooiste pleinen van Europa met vergulde gildehuizen rond het gotische stadhuis. Overdag is het indrukwekkend, maar kom er ook eens terug na zonsondergang, als de gevels verlicht worden en de drukte wegvalt. Vanaf hier loop je in een kwartier naar de Kunstberg, met uitzicht over de daken en de torenspits van het stadhuis op de achtergrond, precies het plaatje waarmee CNN de stad aanprees.

Brussel is compact genoeg om het grootste deel van een lang weekend te voet te doen. Wie alleen met handbagage reist, heeft hier niks aan een hotel ver van het centrum nodig: de binnenstad zelf is klein genoeg om op loopafstand te blijven van station, pleinen en musea.

Street art als gratis openluchtmuseum

Brussel is de stad waar de stripheld geboren werd, en dat zie je overal terug. Tientallen gevels in de binnenstad zijn beschilderd met figuren uit Belgische strips, van Kuifje tot minder bekende personages, verspreid via de officiële wandelroute Parcours BD. Het Stripmuseum vult dat verhaal verder aan, met originele platen en de ontstaansgeschiedenis van het Belgische beeldverhaal. Het mooie is dat je de muurschilderingen gewoon tegenkomt terwijl je van de ene wijk naar de andere wandelt, zonder entreeprijs en zonder wachtrij.

Eten zonder in de toeristenval te trappen

Rond de Grote Markt zitten de restaurants met menukaarten in vijf talen en prijzen die daarbij passen, dus loop een paar straten door naar de Marollen of Sint-Katelijne voor echt Brussels eten. Frieten hoor je met een vork te eten, nooit met je vingers, en de beste frituren liggen vaak op onopvallende hoeken zonder wachtrij tot op straat. Voor bier geldt hetzelfde: een café met een kaart van honderd flesjes is leuk voor toeristen, maar de interessantere adressen schenken een kleinere selectie van lokale brouwerijen die je buiten België amper tegenkomt. Chocolade kun je het beste kopen bij een van de kleinere chocolatiers in de Marollen, waar je de pralines nog ziet maken, in plaats van bij de ketens rond de Grote Markt.

Je hoeft niet te vliegen om er te zijn

Brussel ligt op nog geen twee uur rijden van de Nederlandse grens, en dat maakt de stad een van de weinige Europese hoofdsteden waar een weekendtrip zonder vliegtuig gewoon logisch is. Wie liever de trein pakt in plaats van de auto, merkt dat de nachttrein door Europa weer terrein wint, al is voor Brussel een gewone internationale trein ruim voldoende. Door de reis over land te doen, bespaar je ook meteen geld dat je anders aan een vlucht kwijt bent, een van de simpelste van de manieren om goedkoper door Europa te reizen.

Eenmaal in de stad is het openbaar vervoer dicht genoeg vertakt om zonder auto rond te komen, en de meeste bezienswaardigheden liggen toch al binnen loopafstand van elkaar.

Dit is het moment om Brussel in te plannen

Steden met een nieuw museum van dit kaliber trekken na de opening vaak maandenlang extra aandacht, inclusief hogere hotelprijzen en volgeboekte tijdslots. Wie nu plant, profiteert nog van de rust voor de grote toeloop en kan het openingsweekend van Kanal-Centre Pompidou meepakken zonder half Europa om zich heen te hebben. Brussel stond jarenlang in de schaduw van Parijs en Amsterdam, maar met dit museum, de bestaande pleinen en de street art die er toch al hing, is er weinig reden meer om de stad over te slaan. Boek een lang weekend, neem de trein, en laat de Grote Markt links liggen tijdens het avondeten, dan heb je in twee dagen het beste van de stad gezien.

I
Geschreven door Isabel Cruz Cultureel reisschrijver

Isabel groeide op tussen twee culturen, met een Nederlandse moeder en een Colombiaanse vader. Die mix heeft haar een unieke kijk op reizen gegeven: ze zoekt overal de lokale verhalen en tradities op. Ze schrijft het liefst over Zuid-Amerika en Azië, maar is eigenlijk overal thuis waar goed eten en vriendelijke mensen zijn. Haar tip voor elke reiziger? Leer drie woorden in de lokale taal en je krijgt een glimlach cadeau.