Marrakech kennen de meeste reizigers inmiddels wel: de soeks, het lawaai van Jemaa el-Fnaa, de dakterrassen met muntthee. Maar amper anderhalf uur verderop begint een heel ander Marokko. De Hoge Atlas rijst er steil op uit het landschap, met Berberdorpen tegen de hellingen en sneeuwtoppen die tot in juni wit blijven. Sinds dit jaar loopt er een nieuwe meerdaagse route doorheen: de Atlas Trail. Geen massatoerisme, geen bus vol dagjesmensen, maar een pad dat je stap voor stap door het echte berglandschap voert.
Wat de Atlas Trail anders maakt
De Atlas Trail is geen enkel gemarkeerd pad, maar een route die verschillende oude ezelpaden en verbindingswegen tussen dorpen aan elkaar knoopt. Lokale gidsen en kleine reisorganisaties in de regio rond Imlil hebben de afgelopen jaren gewerkt aan een tracé dat minder bekende Berberdorpen met elkaar verbindt, zodat trekkers niet allemaal over hetzelfde stuk pad naar de Toubkal lopen. Het idee is simpel: verspreid de bezoekers, laat het geld in de dorpen achter waar de wandelaars ook echt slapen en eten.
Dat sluit aan bij een trend die je op steeds meer plekken ziet. Steeds meer reizigers kiezen bewust voor langzamer reizen in plaats van een lijstje bezienswaardigheden af te vinken. De Atlas Trail is daar een schoolvoorbeeld van: je loopt in vier tot zeven dagen zo'n vijftig tot tachtig kilometer, met overnachtingen bij gastgezinnen in plaats van in een hotel.
Langs Berberdorpen en verborgen valleien
De route komt langs dorpen als Aroumd, Tacheddirt en Ouirgane, waar walnotenbomen en terrasvormige velden het landschap bepalen. In de Ourika-vallei stop je bij watervallen waar lokale families al generaties lang kruidenthee verkopen aan wie voorbijkomt. Wat opvalt: de huizen zijn opgetrokken uit dezelfde roodbruine leem als de bergen eromheen, waardoor dorpen bijna in het landschap lijken te verdwijnen zodra je een stukje verder loopt.
Onderweg kom je regelmatig Berberfamilies tegen die je uitnodigen voor thee. Dat is geen toeristische show, het hoort bij de manier waarop gastvrijheid in deze streek werkt. Wandelgidsen raden aan om daar altijd op in te gaan, al is het maar voor tien minuten. Je leert meer over het dagelijks leven in de bergen dan welke reisgids ook kan vertellen.
De Toubkal beklimmen, of gewoon wandelen
Wie verder wil dan de dorpenroute, kan aanhaken bij de beklimming van de Toubkal, met 4.167 meter de hoogste berg van Noord-Afrika. De top is in twee dagen te doen voor iemand met een redelijke conditie: de eerste dag naar de basishut op zo'n 3.200 meter, de tweede dag voor zonsopgang omhoog om de laatste meters vóór de hitte achter de rug te hebben. Het is zwaar, vooral door de hoogte, maar geen technische klim.
Niet iedereen hoeft de top te halen om ervan te genieten. Wie liever op wandelhoogte blijft, kan zich prima vermaken met dagtochten rond Imlil en Ouirgane, riviertochten door de vallei en overnachtingen in eenvoudige guesthouses. Dat maakt de Atlas Trail ook geschikt voor wie van avontuurlijke trekkingtochten houdt maar niet per se een bergtop wil bedwingen.
Wanneer je het beste kunt gaan
April, mei, september en oktober gelden als de beste maanden. In de zomer wordt het overdag in de lagere valleien snel te warm om lange stukken te lopen, en in de winter ligt er op de hogere paden sneeuw waarvoor je crampons en ervaring nodig hebt. Groepen die in maart 2026 op pad gingen, kregen te maken met onverwacht veel sneeuw en moesten hun route ter plekke aanpassen, dus check vlak voor vertrek altijd de actuele omstandigheden bij een lokale gids.
Praktische tips voor je eerste trektocht
Boek een lokale gids via een van de bergengidsenbureaus in Imlil, dat is verplicht voor de Toubkal-route en sowieso verstandig voor de rest van de trail: zij kennen de paden, de families waar je kunt overnachten en het weer beter dan welke app ook. Neem gelaagde kleding mee, want het temperatuurverschil tussen de vallei en de bergtop kan oplopen tot vijftien graden. Contant geld in dirham is nodig, in de dorpen werkt geen pinautomaat.
Pak licht in. Reizen met alleen handbagage is sowieso slimmer dan je denkt, en op een meerdaagse trektocht geldt dat des te meer: alles wat je meesjouwt, draag je zelf of laat je door een muildier vervoeren tegen betaling. De meeste ervaren trekkers pakken niet meer dan acht kilo aan kleding en uitrusting.
Dit is waarom de Hoge Atlas nu de moeite waard is
Marokko trekt al jaren toeristen naar de steden, maar de bergen erachter blijven relatief rustig. De Atlas Trail verandert dat langzaam, en juist nu de route nog vers is, tref je onderweg meer geiten dan mensen. Dat evenwicht verschuift zodra een bestemming eenmaal bekend wordt, dus wie van een trektocht houdt zonder wachtrijen op het pad, kan er beter op tijd bij zijn. Marrakech ligt op drie uur vliegen van Amsterdam, de bergen op nog eens anderhalf uur rijden, wat de Atlas een van de meest bereikbare hoogtetrekkingen vanuit Nederland maakt.